Duurzame Sint, les 3: Welke invloed hebben onze spullen op de planeet en op ons?

Duur:
Duur 30 – 45 minuten.

Mensen over de hele wereld vechten om spullen te kopen. Wat vind je daar van? Wat zijn het voor spullen? Luxeproducten. Wij leven in een consumptiemaatschappij waarin bedrijven en merken er alles aan doen om mensen zo veel mogelijk spullen te laten kopen, zodat ze zo veel mogelijk geld kunnen verdienen. De vraag is eigenlijk: hebben wij die dingen wel nodig?

Week 2 Les 3: Welke invloed hebben onze spullen op de planeet en op ons?

Lesfase: ontdekken

In de vorige les hebben de kinderen gezien welke problemen er zijn op onze aarde door toedoen van de mens: ontbossing, opwarming, afname van biodiversiteit enzovoort. Jij als leerkracht hebt het verband gelegd tussen deze problemen en de spullen die wij kopen en gebruiken: consumeren. In deze les gaan kinderen meer ontdekken over de impact en gevolgen van consumeren. Ook worden ze aan het denken gezet over waarom we al die spullen eigenlijk allemaal kopen.


Meer feiten en verdieping.


Hieronder staan verschillende opdrachtkaarten voor meer verdieping. Je kunt er voor kiezen om één opdracht uit te kiezen en deze klassikaal te behandelen. Ook zou je kinderen tijdens deze les in kleine groepjes aan de verschillende opdrachten kunnen laten werken. Bijvoorbeeld twee groepjes aan de opdracht ‘keten van impact, twee andere groepjes ‘onze vragen’ en weer twee andere groepjes ‘het wordt te warm!’. Je kunt dan de opdrachten uitprinten voor de verschillende groepjes. Je kunt de opdrachtkaarten ook als werkje in de klas leggen. Dan kunnen kinderen er in de zelfstandige werktijd aan werken. De opties zijn eindeloos. De keuze is aan jou! 
Let op: voor de opdracht ‘keten van impact’ is het handig als je kinderen van te voren de opdracht geeft om een voorwerp van thuis mee te nemen, is dat niet gelukt, laat ze dan op zoek gaan naar voorwerpen in de klas/school.

Kaart 1: Keten van impact
Probeer de impactketen van een aantal verschillende voorwerpen in kaart te brengen. Bijvoorbeeld een stuk speelgoed, kledingstuk of bijvoorbeeld een pak hagelslag.


Onderzoek per product of je antwoord kunt vinden op de volgende vragen:
1. Waar is het van gemaakt? Wat zijn de grondstoffen die daarvoor nodig zijn? Waar zijn die grondstoffen te vinden? Je kunt de atlas gebruiken. (plaatje 1 – grondstoffen).
2. Waar is het product gemaakt? Zoek op het product naar: ‘Made in ….’ Zoek dat land op in de atlas. (plaatje 2 – fabriek).
(Soms staat ook het adres van het hoofdkantoor op het product, dat is vaak niet waar het product gemaakt is).
3. Hoe gaat het met de arbeiders in de fabriek van jouw product? En krijgen ze een eerlijk loon? (plaatje 2).
4. Hoeveel CO2 en andere schadelijke stoffen zijn er vrijgekomen bij het maken van dit product? (plaatje 2).
5. Hoe is het product naar Nederland gekomen? (plaatje 3 – vervoer).

6. Hoe gaat het om antwoorden te vinden op bovenstaande vragen? Makkelijk? Moeilijk? Wat vind je daarvan?
7. Waar heb jij het gekocht? (plaatje 4 – consumeren).
8. Staat er een label op het product? Bijvoorbeeld EU Ecolabel of Fairtrade? Zoek op wat dat betekent. (plaatje 4).
9. Wat doe je er mee nu jij het in jouw bezit hebt? (plaatje 4).
10. Wat ga je er mee doen als je er afscheid van neemt? Wat gebeurt er dan mee? (plaatje 5 – weg doen).
11. Welk product heeft de grootste afstand afgelegd om nu bij ons op tafel te liggen?
12. Welk product heeft de meeste schade aan de planeet veroorzaakt denk je? Waarom?

Bron: IPCC

Kaart 2: Onze vragen
Zijn er tijdens les 1 en 2 allerlei vragen in je opgekomen? Misschien hebben jullie deze vragen opgeschreven of heeft jouw leerkracht ze op het bord gezet.
Ga op onderzoek uit en probeer antwoorden te vinden op jullie eigen vragen!
Bedenk een manier om de antwoorden die je vind vast te leggen. Maak er een mooi werkje van die je kunt ophangen en/of presenteren.
Tips:
- Boek: De spullen die we kopen! - Georgia Amson-Bradshaw
- Boek: Onze Planeet – Matt Whyman

- Website: www.theworldcounts.com (Engels – bovenbouw).

Kaart 3: Het wordt te warm! (bovenbouw).
Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) is een organisatie van de Verenigde Naties. Er zitten honderden wetenschappers uit wel 66 landen bij. Zij doen onderzoek naar hoe het met de klimaatverandering op aarde gaat en maken daar een rapport van. Het eerste rapport was in 1990. Daarna kwamen er nieuwe rapporten in 1996, 2001, 2007 en 2014. Het nieuwste rapport was klaar in augustus 2021. Hierin staat deze grafiek over de opwarming op aarde.

1. Bedenk twee of drie uitspraken die kloppen bij deze grafiek.


Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau. Dat betekent dat dit deel van Nederland op dit moment al onder water zou staan, als we geen duinen, dijken en de Deltawerken zouden hebben.


2. Zoek bij Google afbeeldingen: Nederland onder zeespiegel kaart.
Je ziet nu welk deel van Nederland onder water zou staan zonder duinen, dijken en Deltawerken.
3. Waar woon jij? Ligt dat onder of boven het zeeniveau van nu? Zoek op Google: hoe hoog ligt (naam van je dorp of stad)?
Je krijgt dan bijvoorbeeld -3 m te zien. Dat betekent dat jouw woonplaats 3 meter lager ligt dan de zee. Wanneer er 5m staat (zonder – ervoor) betekent het dat het vijf meter hoger ligt dan het zeeniveau van nu.
4. Kijk op Schooltv de video: De deltawerken – beschermen Nederland tegen de zee (2.49 min).


Zoals je aan het eind van het filmpje hebt gehoord stijgt de zeespiegel doordat de aarde opwarmt. Door de opwarming smelt er steeds meer ijs en stijgt de zeespiegel. Wetenschappers uit het IPCC waarschuwen voor een zeespiegelstijging van ten minste 84 centimeter en mogelijk zelfs 2 meter als we nu niets doen aan de uitstoot van broeikasgassen. De dijken en Deltawerken kunnen een stijging van maar 40 centimeter aan. Dat is dus een groot probleem.
Onderzoekers van de Universiteit van Wageningen hebben onderzocht waar al dat water naar toe zou moeten. Kijk naar de kaarten op deze website, eentje van 2020 en een van 2120. (https://magazines.wur.nl/climate-solutions-nl/nederland-in-2120/ )


5. Zoek de verschillen. Wat valt je op?
6. Op de plekken waar op de kaart van 2120 water stroomt, wonen nu nog mensen. Wat vind je daarvan?
7. Ontwerp zelf ook een oplossing voor het water als de zeespiegel te veel stijgt.

Om te voorkomen dat de zeespiegel stijgt, moeten we de opwarming stoppen en dus stoppen met het uitstoten van CO2.
- Bedenk iets dat jij gaat veranderen in jouw leven, zodat je ervoor zorgt dat er minder CO2 wordt uitgestoten op onze planeet.

WHY?

Waarom kopen we al die spullen eigenlijk?


Zet kinderen aan het werk met de volgende vragen.

1. Ga in gedachte door je huis. Neem een voorwerp in gedachte dat je graag wilde hebben, maar waar je nu niets meer mee doet? Dat kan van alles zijn van kleding tot speelgoed. Als kinderen het lastig vinden, wijs ze op rages zoals de squishy of pop it.

2. Waarom wilde je het toen graag hebben?
3. Hoe lang heb je er plezier van gehad, ongeveer? Een week, een maand, een jaar?

4. Hoe komt het dat je nu ontevreden bent over dit voorwerp? Dat je het niet meer hoeft. Hoe voelt dat?

5. Met welk voorwerp dat je bezit ben je heel tevreden?

6. Zou er een moment komen dat je ook met dit voorwerp niet meer tevreden bent? Zo ja, wanneer denk je en waardoor komt dat dan? 
Vraag door op de antwoorden die kinderen geven!

Laat vervolgens dit filmpje zien van Black Friday (https://www.youtube.com/watch?v=F19yTBhAsB0). Wat heb je gezien? Mensen over de hele wereld vechten om spullen te kopen. Wat vind je daar van? Wat zijn het voor spullen? Luxeproducten. Wij leven in een consumptiemaatschappij waarin bedrijven en merken er alles aan doen om mensen zo veel mogelijk spullen te laten kopen, zodat ze zo veel mogelijk geld kunnen verdienen. De vraag is eigenlijk: hebben wij die dingen wel nodig? Goed om je af te vragen voordat je iets koopt of vraagt aan je ouders. Misschien kun je wel zonder. Consuminderen heet dat. Dat zullen we moeten doen als we de opwarming van de aarde willen stoppen. Schrijf de dik gedrukte woorden op het bord om je uitleg te ondersteunen. Sluit de les af met de volgende afbeelding op het bord. Vertaal de uitspraak van Gandhi even 😉.

Oja, niet te vergeten, laat de kinderen een of twee dingen opschrijven die ze deze les geleerd hebben, wat ze thuis aan hun ouders willen vertellen.

Succes!

Tessa