Duurzame Sint, les 1!

Duur:
Duur: 30 – 45 minuten.

Vraag ze ook bij te houden met hoeveel van dat speelgoed ze het laatste half jaar niet meer gespeeld hebben.

Wat fantastisch dat je aan de slag gaat met het project voor een duurzamer Sinterklaasfeest. Dat dat je doel is, vertel je nog niet aan jouw klas! Je begint gewoon met het geven van de opdracht voor les 1, het tellen van het speelgoed. Als je er al wel een naam aan wilt geven, noem het dan speelgoedproject of iets in die richting. De link met het Sintfeest wordt in les 5 pas gelegd. Het is belangrijk voor het proces en het vrije denken in les 4 dat kinderen het nog niet aan het Sinterklaasfeest koppelen. Voordeel: zo maak je ook geen vroegtijdige Sintzenuwen los 😉.

Week 1 Les 1:

Lesfase: Verwonderen.

Hoeveel speelgoed hebben wij?



Voorafgaand aan deze les geef je kinderen de opdracht om al het speelgoed dat ze thuis hebben te tellen (spreek wel het een en ander af, bijvoorbeeld: één bak lego telt als 1, maar games tellen per stuk). Vraag ze ook bij te houden met hoeveel van dat speelgoed ze het laatste half jaar niet meer gespeeld hebben. Laat de kinderen de aantallen opschrijven en mee naar school nemen.



Je start de les met voorspellen. De kinderen mogen schatten hoeveel speelgoed de klas in totaal bezit en eventueel ook het aantal waarmee ze nog spelen. Laat kinderen hun eigen voorspelling opschrijven.

Vervolgens begin je met het inventariseren van de aantallen. Je schrijft deze op het bord (let op: het gaat niet om de verschillen onderling, dus je besteedt daar geen aandacht aan). Een rij met totalen en een nieuwe rij met hoeveel spoelgoed er nog gespeeld wordt.
Observeer de reacties in je groep. Daar kun je later in de les op doorvragen.
Vervolgens laat je de kinderen alle getallen bij elkaar optellen. Schrijf de totalen op het bord. Benoem: Zoveel speelgoed bezitten wij dus met elkaar. Eventueel kun je in de bovenbouw nog het gemiddelde laten uitrekenen van beide rijen.

Vraag dan om reacties op de totalen of hun eigen telling van thuis (dus niet op individuele verschillen). Geef beurten. Luister, maar geef geen reactie waaruit jouw waardeoordeel blijkt. Houd je eigen mening voor je.


Stel vragen die aansluiten bij wat de kinderen gezegd hebben of wat je gezien hebt bij je observatie e.g.:
- Klopt het met je voorspelling? Waarom wel of niet?
- Vind je dat je veel speelgoed hebt?
- Hoe vind je het om ..... (aantal) speelgoed te hebben?
- Wanneer heb je genoeg?
- Hoe komt het dat je niet met alles speelt? Hoe vind je dat? Hoe voel je je daarbij?
- Als het stuk is: hoe komt het dat het kapot is? Hoe komt het dat je het nog hebt?
- Wat ga je doen met het speelgoed waar je niet meer mee speelt? / Wat kunnen we daarvoor bedenken? Laat de kinderen eerst zelf nadenken. Kijk waar ze mee komen. Je kunt vervolgens nog het volgende idee opperen, mochten ze er zelf niet op zijn gekomen: een speelgoedmarkt organiseren > de opbrengst kan dan bijvoorbeeld aan een van de groene projecten van Club Kakatua gedoneerd worden :).
- Aan welk speelgoed hecht je de meeste waarde / is voor jou het belangrijkst? Waarom?
- Als je maar drie stuks speelgoed mocht hebben van je ouders en de rest moest je weg doen, wat zou je dan houden en waarom?
- Is er speelgoed dat je nooit weg zou doen? Wat 'tijdloos' is? (Noteer wat de kinderen hier benoemen, hierdoor ontstaat een lijst van speelgoed waaraan geld wel goed besteed is).

Tip: gebruik je eigen creativiteit voor een werkvorm met de vragen!
Bijvoorbeeld: denken-delen-uitwisselen of een werkvorm waarbij kinderen het een en ander moeten opschrijven. Dat zorgt er voor dat alle kinderen actief meedenken.

Vraag door op antwoorden van de kinderen. Hoe komt het dat...


Sluit de les af met een compliment, bijvoorbeeld over het tellen van al het speelgoed of het delen van hun ideeën? Vertel dat ze er in de volgende les mee verder gaan. Laat het hier verder bij.

Have fun!


Tessa,

Team Club Kakatua